diergeneeskunde
hond
Chocoladevergiftiging
Cacao bevat een aantal stoffen, die een giftige werking kunnen hebben bij uw huisdieren. Melkchocolade en witte chocolade geven over algemeen weinig tot geen klachten, pure chocolade kan tot een ernstige vergiftiging leiden. Dit alles is natuurlijk afhankelijk van de hoeveelheid die het dier binnenkrijgt. Witte chocolade bevat namelijk veel minder cacao dan melk (factor 240 ) en puur bevat nog weer 2x zoveel cacao per gram chocolade dan melk. De ergste vergiftiging loopt uw huisdier op wanneer uw huisdier de donkerste chocolade van de (banket)bakker of chocolaterie opeet, dit kan nog tot 3x zoveel cacao bevatten.
Aanvullend: sinds kort is ook bekend dat cacaodoppen, waar tegenwoordig veel mee wordt gewerkt in tuinen, gevaarlijk zijn bij inname door onze huisdieren. Voorkom dit dus.
De eerste verschijnselen ontstaan ongeveer 4-5 uur na het innemen (tot 12 uur). Rusteloosheid, nervositeit, misselijkheid, braken, veel drinken, diarree eventueel verergerend tot hyperactief, hoge hartfrequentie, koorts en stuiptrekkingen. Het kan zelfs tot coma en de dood leiden. Ook is na 2 a 3 dg ten gevolge van het hoge vetgehalte van chocolade een ontsteking van de alvleesklier mogelijk. Ook zijn enkele dagen na inname nog verschijnselen mogelijk als gevolg van beschadigingen van de hartspier. Dit kan bijvoorbeeld leiden tot acute hartdood de volgende dag.
Wat kunt u doen?
Het vervelende is, dat u wanneer uw hond dit heeft ingenomen alleen direct (binnen het uur) iets kunt doen om dit
te voorkomen: laten braken is dan het advies. Let op sommige honden eten chocola op wat nog in de verpakking zit,
hierdoor komen de giftige stoffen langzamer vrij en heeft u dus meer tijd om in te grijpen met het laten braken.
Nadat de verschijnselen (lees braken) zijn begonnen moet u wachten tot het braken overgaat waarna u ze een grote
hoeveelheid Norit (actieve kool) tabletten ingeeft.
Verder is dan alleen het bestrijden van de symptomen mogelijk.
Samengevat:
Chocola is voor honden snel giftig, doordat de hond bepaalde stoffen (methylxanthines: theobromide en caffeïe)
veel minder snel omzet en uitscheidt dan de mens, deze stof werkt in op het hart en de spieren. Houd er dus rekening
mee dat uw hond veel minder chocolade kan verdragen dan u zelf kunt.
Chocolade is geen voedingsmiddel voor honden, geef het nooit bewust aan uw hond.
Let op: ook de kat kan niet tegen de gifstoffen in chocolade, alleen eten katten niet zo snel chocola op.
Dus pas op rond de sinterklaasdagen, kerstdagen en Pasen.
Bronnen : vergiftigingscentrum De Bilt en Veterinary Medicine article by S. Gwaltney-Brant DVM, PhD
Heupdysplasie
Heupdysplasie is een door erfelijke factoren en uitwendige invloeden bepaalde ontwikkelingsstoornis van de heupgewrichten. Sommige honden ondervinden hiervan ernstige hinder. Er zijn echter ook honden met meer of minder ernstige misvormingen van de heupgewrichtstaten, die daarvan geen last lijken te hebben. De beoordeling van het gangwerk van deze honden geeft onvoldoende informatie over de toestand van de heupgewrichten. Meer informatie hierover kan worden verkregen met behulp van röntgenfoto's.
Het Beoordelingspanel
Eén van de taken van het HD-panel van de Raad van Beheer, afdeling Gezondheid, Gedrag en Welzijn (GGW), is de beoordeling van röntgenfoto's van de heupgewrichten van honden. De röntgenfoto's, de zogenaamde HD-foto's kunnen in principe door iedere praktiserende dierenarts die een overeenkomst met GGW, heeft gesloten worden gemaakt. HD-foto's worden gezamenlijk beoordeeld door een in samenstelling wisselend panel van drie deskundige beoordelaars. Een zo objectief mogelijke beoordeling van de foto's die voor de HD-bestrijding onontbeerlijk is, wordt daarmee zo goed mogelijk gewaarborgd. De beoordeling van HD-foto's heeft ten doel informatie te verschaffen aan fokkers en rasverenigingen die gegevens over heupdysplasie in hun selectieprogramma willen gebruiken. Röntgenfoto's die bij GGW binnenkomen worden in de daaropvolgende week, beoordeeld. Nadat de beoordelingskosten door GGW zijn ontvangen, wordt de uitslag verzonden, tenzij de foto's niet aan de technische eisen voldoen.
HD-foto's
Voor een goede beoordeling van de heupgewrichten zijn twee röntgenfoto's van de hond in rugligging nodig:
- één opname met gestrekte achterbenen (positie I), en
- één opname met naar voren gebogen en gespreide achterbenen (positie II), waarbij in beide posities de hond exact recht moet liggen.
Terwille van de betrouwbaarheid van de beoordeling worden er hoge eisen gesteld aan de kwaliteit en de documentatie (identificatie) van deze röntgenfoto's. Wanneer niet aan deze eisen is voldaan, krijgt de dierenarts die de röntgenfoto's heeft gemaakt, daarvan bericht met een aantekening over hetgeen eraan mankeert met een verzoek om nieuwe röntgenfoto's te maken. Een dergelijk verzoek wordt direct na de beoordeling van de röntgenfoto's verzonden en is dus uiterlijk twee weken na ontvangst van de foto's bij de dierenarts. Deze moet dan kontakt opnemen met de eigenaar van de hond om een afspraak te maken voor het maken van nieuwe HD-foto's. Het beoordelen van deze nieuwe foto's wordt niet opnieuw in rekening gebracht.
Rapport-Heupdyspasie-Onderzoek
Op het Rapport-Heupdyspasie-Onderzoek treft u de definitieve beoordeling aan, de F.C.L beoordeling, en een aantal gegevens die een verklaring geven voor de definitieve beoordeling. De aanduiding HD- - (=negatief) betekent dat de hond röntgenologisch vrij is van heupdysplasie, wat echter niet betekent dat de hond geen "drager" van de afwijking kan zijn. HD Tc (=overgangsvorm) betekent dat op de röntgenfoto's geringe veranderingen zijn gevonden, die weliswaar toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie, maar waaraan in het kader van de fokkerij geen directe betekenis kan worden toegekend. De aanduiding HD ± (=licht positief) of HD + (=positief) betekent dat bij de hond duidelijke veranderingen, passend in het ziektebeeld van HD zijn gevonden. Wanneer de heupgewrichten ernstig misvormd zijn wordt dit aangegeven met HD ++ (=positief in optima forma).
F.C.L-beoordeling
De F.C.L-beoordeling is een vertaling van de HD-beoordeling naar een internationaal geldende code, waardoor het mogelijk wordt de HD-uitslagen uit bij de F.C.I. aangesloten landen te vergelijken.
De beoordeling van onderdelen
Bij de beoordeling van HD-foto's wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen, en de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten. Informatie over de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de koppen in de kommen wordt onder andere verkregen uit de zogenaamde "Norbergwaarde", die wordt gemeten op de röntgenfoto in positie I. De Norbergwaarden van linker en rechter heupgewricht worden bij elkaar opgeteld en geven samen de op het rapport vermelde "som Norbergwaarden". Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarden minstens 15, de som van de Norbergwaarden van beide heupen derhalve minstens 30. Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe heupkommen en of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze honden zullen dus een minder gunstige HD beoordeling krijgen. Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent echter niet zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. Een combinatie van diepe heupkommen en incongruentie van de gewrichtsspleet (een niet overal even brede gewrichtsspleet) of onvoldoende aansluiting van de gewrichtsdelen kan, zelfs bij een hoge Norbergwaarde, leiden tot een (licht) HD-positief beoordeling. Op het formulier wordt dit duidelijk gemaakt door het aankruizen van "onvoldoende" of "slechte" aansluiting. Ook wordt informatie over de diepte van de heupkommen verkregen door te beoordelen hoe het centrum van de heupkop ligt t.o.v. de bovenrand van de heupkom. Naast de Norbergwaarde, de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de gewrichtsdelen, wordt de uitslag ook beïnvloed door de aanwezigheid van "bot afwijkingen". Er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst van de botafwijkingen en de uitslag: zeer lichte botafwijkingen (1) leiden tot de beoordeling HD Tc, lichte (2) botafwijkingen leiden tot de beoordeling HD ±, en ernstige (3) botafwijkingen leiden tot de beoordeling HD+, De aanduiding "vormveranderingen" betreft meestal een meer of minder duidelijke afvlakking van de voorste rand van de heupkom. De aanwezigheid hiervan wordt wel vermeld, maar heeft indien dit de enige bemerking is over het gewricht, in het algemeen geen doorslaggevende betekenis voor de einduitslag.
HD-beoordeling
Alle gegevens samen bepalen de definitieve beoordeling, waarbij het ongunstigste onderdeel uiteindelijk de doorslag geeft. Een bepaalde HD-beoordeling kan bepaald zijn door uitsluitend de diepte van de heupkommen ,door de aansluiting van de gewrichtsdelen, de aanwezigheid van botwoekeringen, of door een combinatie van twee of alle drie onderdelen, en dit is weer te herleiden uit de verschillende gegevens zoals die op het certificaat zijn vermeld.
Het herhalen van HD-onderzoek
Iedere eigenaar kan na verloop van minimaal 1 laar opnieuw een HD-onderzoek laten verrichten. De uitslag, die daarbij tot stand komt, zal de eerder gegeven uitslag vanaf dat moment gaan vervangen.Herhaling van onderzoek heeft in het algemeen slechts zin bij honden, welke op een leeftijd van 1 à 1,5 jaar werden onderzocht, en waarbij een lichtpositieve uitslag op grond van een slechte aansluiting, met al dan niet een bijbehorende lage Norbergwaarde tot stand kwam, terwijl er geen botafwijkingen werden vastgesteld.
De Norbergwaarde

Van beide heupkoppen (1) wordt het middelpunt bepaald en deze middelpunten worden verbonden door een lijn. In beide heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt een lijn langs de voorste rand van de heupkom (2) getrokken. De hoek (3) die beide lijnen in het middelpunt van de heupkop met elkaar maken, minus 90, geeft de Norbergwaarde van het betreffende heupgewricht. De Norbergwaarden van linker en rechter gewricht bij elkaar opgeteld geeft de "som Norbergwaarden", die op het rapport vermeld is.
Uw hond en HD
Eigenaren van honden waarvan officieel HD-foto's zijn gemaakt vragen de dierenarts die de foto's gemaakt heeft nogal eens naar zijn of haar mening over de toestand van de heupgewrichten. Wanneer de eerste indruk van de dierenarts milder is dan de uiteindelijke definitieve uitslag, kan dit aanleiding zijn tot teleurstelling bij de eigenaar van de hond. Het HD-panel adviseert dierenartsen daarom geen uitspraken te doen over de toestand van de heupgewrichten. Van honden die niet vrij blijken te zijn van heupdysplasie, maar die hiervan geen uiterlijke verschijnselen tonen, kan op grond van deze foto's niet voorspeld worden of ze vroeger of later problemen kunnen krijgen. Ook wanneer vrij duidelijke misvormingen worden gevonden betekent dat niet dat de hond er beslist last van moet krijgen. Het is dan wel verstandig erop toe te zien dat de hond niet te zwaar wordt en dat ook anderszins overmatige belasting van de heupgewrichten wordt vermeden. Dit is vanzelfsprekend wel afhankelijk van de eisen die aan de hond gesteld worden als huishond of als werkhond. In geval van twijfel kunt u dit met uw dierenarts bespreken.
HD en fokkerij
De HD-beoordeling geeft uitsluitend informatie over de toestand van de heupgewrichten van de individuele hond. Gegevens over de HD-beoordeling van ouders, nestgenoten en nakomelingen zullen bijdragen tot een nauwkeuriger indruk over de fokwaarde van de betreffende hond. Het is daarom van belang dat de rasverenigingen over alle uitslagen kunnen beschikken en dat alle HD foto's die gemaakt worden ook ter beoordeling aan de HD-kommissie worden voorgelegd, ook indien door de dierenarts duidelijke afwijkingen aan de heupgewrichten worden gevonden. Het is wenselijk uitsluitend met HD-vrije honden te fokken, omdat dan de kans op HD bij de nakomelingen het kleinst is. Bij rassen waarvan maar weinig honden beschikbaar zijn en bij rassen waarin HD vaak voorkomt is dit helaas niet altijd mogelijk. Binnen de rasverenigingen zullen fokkers in goed overleg met de Raad van Beheer, afdeling GGW, kunnen vaststellen wat in het kader van HD-bestrijding voor hun ras noodzakelijk en mogelijk is, en wat in de fokkerij ten aanzien van HD nog verantwoord is. Mochten er na het bovengestelde nog vragen overblijven dan kunt u zich daarmee, bijvoorkeur schriftelijk, wenden tot: Raad van Beheer, afdeling GGW, Postbus 75901, 1070 AX, Amsterdam Telefoon / Fax 020-6794462
Kennelhoest
Kennelhoest is een zeer besmettelijke aandoening van de slijmvliezen van de voorste luchtwegen bij de hond. Om u en uw hond veel ongemak te besparen kunt u hem laten vaccineren. Uw dierenarts beschikt over een doeltreffend vaccin.
Wat is kennelhoest?
Kennelhoest is een zeer besmettelijke aandoening van de voorste luchtwegen bij de hond. Ze uit zich door een harde, droge hoest, die meerdere weken kan duren. Het voortdurende hoesten is irriterend voor uw hond en storend voor uzelf. En als de hond eindelijk ophoudt met hoesten, kan hij nog tot drie maanden lang andere honden besmetten!
Hoe raken ze besmet?
De besmetting vindt plaats van hond tot hond via de lucht. Daarom zijn alle plaatsen waar honden samenkomen in principe potentiële besmettingshaarden: puppytrainingen, hondententoonstellingen, pensions en kennels, hondenfokkerijen,...Bordetella - de belangrijkste veroorzaker van kennelhoest
Alhoewel verschillende kiemen, onder andere virussen, een rol kunnen spelen bij het ontstaan van kennelhoest, is de belangrijkste verwekker een bacterie: Bordetella bronchiseptica. Bij gezonde honden is het slijmvlies van de voorste luchtwegen bedekt met een dunne laag slijm. Ingeademd stof en kiemen worden erin opgevangen. Het slijm wordt door trilharen aan het oppervlak van het slijmvlies voortdurend in de richting van de keel bewogen, waar het wordt ingeslikt. De Bordetella bacterie verlamt de trilharen zodat het slijm niet meer verwijderd wordt, indikt en taai wordt. Door te hoesten tracht de hond het slijm alsnog te verwijderen.
Vaccinatie
Gelukkig beschikt uw dierenarts over een doeltreffend vaccin dat uw hond effectief beschermt tegen kennelhoest. Vaccineren met is pijnloos: het vaccin wordt gewoon in de neus van de hond gedruppeld.
Waarom een neusenting?
De beste manier om uw hond afdoende te beschermen tegen kennelhoest bestaat erin de productie van lokale antilichamen ter hoogte van het slijmvlies van de luchtwegen te stimuleren. De neusenting stimuleert snel en krachtig deze lokale weerstand, zodat uw hond vijf dagen na de vaccinatie al effectief beschermd is tegen kennelhoest, daar waar het nodig is.
Wanneer vaccineren?
Voor een maximale bescherming van uw hond is het aanbevolen hem 14 dagen (minimaal 5 dagen) voordat hij in contact zal komen met andere honden te laten vaccineren door uw dierenarts. U kunt uw hond al op zeer jonge leeftijd (vanaf 2 weken oud) laten vaccineren. Zo is hij goed beschermd tegen kennelhoest vóór u er naar de puppytraining mee gaat.
Slangenbeten
Door: J.Broekman - Dekker
De adder is een koudbloedig reptiel, dat zich voornamelijk op de hei en aan de rand van de bossen ophoudt . De adder is de enige giftige slang die in Nederland in de natuur voorkomt. Het is niet nodig om nu in de stress te schieten en nooit meer op de heide te gaan wandelen, want ik kan u verzekeren dat deze slang heel erg schuw is en banger voor u, dan andersom. Desalniettemin is het verstandig op te letten. Vooral wanneer je met de hond op de heide gaat wandelen. Als de hond de adder verstoort, dan kan deze zich bedreigt voelen, de aanvalshouding aannemen en sissen. Voor de hond vaak een uitnodiging tot nadere kennismaking, met als gevolg dat de slang zich soms verdedigt door te bijten. Nog steeds geen reden tot paniek want wanneer je beschikt over een tegengif, is er verder weinig aan de hand. Echter, nadat ik op de dagelijkse wandelingen met mijn 2 honden meerdere malen een adder had gezien die lag te zonnen, rees bij mij de vraag of de dierenartsenpraktijken op de Veluwe en in Drenthe of Limburg, hier wel eens over nagedacht hadden. Want, wanneer je een oudere hond perfect onder appel hebt, is er geen enkel probleem. Deze hond regeert immers (als het goed is) onmiddellijk op je commando om te komen. Dit is echter (nog) niet het geval met een jonge hond. Die luistert vaak wel, maar wanneer er iets heel interessants is, niet direct. En daar ligt het gevaar. De hond vindt de slang interessant en de slang voelt zich bedreigt. Nadat ik dus enkele malen adders had waargenomen die lagen te zonnen, belde ik mijn dierenartsen met de vraag of zij een serum in huis hadden tegen de beet van de adder. Het antwoord? Nee, want het is nog nooit voorgekomen dat een hond door een slang gebeten is en de houdbaarheid van het serum speelt een rol. Volgende vraag. Is het wel eens voorgekomen dat een hond enkele uren na een wandeling over de hei op onverklaarbare wijze is gestorven? Vraagtekens!! Misschien moet je net zoals ondergetekende uit de tropen komen om over dit soort dingen na te denken. En mijn honden zijn me dusdanig dierbaar, dàt ik hierover nadenk. Wanneer het serum in de koeling bewaart wordt is dit lang houdbaar en het leven van een hond is in mijn optiek belangrijker dan de kosten van het serum dat niet meer bruikbaar is. Ik was in dit geval nogal teleurgesteld over de reactie van mijn dierenartsen die ik verder heel goed en kundig vind.
Werking van gif
Slangengif is onder te verdelen in twee groepen: haemotoxine en neurotoxine.
- Haemotoxine komt vooral voor bij slangen met het solenoglyfe gebit(d.w.z. dat de giftanden voor in de bovenkaak staan en in rust ingeklapt tegen de bovenkaak aanliggen)., ratelslangen en adders. Dit gif veroorzaakt afbraak van rode bloedcellen en kan de volgende verschijnselen veroorzaken: zwellingen, verkleuringen, daling van de bloeddruk, weefselbloeding, klontering van het bloed en uiteindelijk hartstilstand.
- Neurotoxine komt vooral voor bij slangen met het proteroglyfe gebit (de giftanden staan vooraan in de bek;
cobra's en zeeslangen). Dit gif verhindert dat prikkels in het zenuwstelsel worden doorgegeven. Met als gevolg
verlammingen. Door verlamming van ademhalingsspieren kan uiteindelijk verstikking optreden.
tekst: gerhard Tijssen
Wanneer je huisdier na de wandeling op de heide plotseling ziek wordt en enkele van de hierboven beschreven verschijnselen vertoont, dan kun je overwegen dat de hond het slachtoffer van een slangenbeet zou kunnen zijn. Kijk in dat geval de hond goed na en vooral de poten en zoek naar 2 kleine gaatjes naast elkaar en een rode zwelling. Als je dit ziet, dan kun je er gevoeglijk van uitgaan dat de hond gebeten is. Dan is er nog steeds geen reden tot paniek, vooropgesteld dat de hond behandeld zal kunnen worden. (Overigens is het zo, dat wanneer de slang net gebeten heeft, het enkele dagen duurt voor er weer gif is aangemaakt dus het tijdstip waarop de slang bijt is van belang). Het antwoord dat ik van onze dierenarts kreeg zat me echter toch niet lekker en ik heb verder geïnformeerd. Ik heb gebeld met het nationale vergiftigingennummer. Daar wist men mij te vertellen dat dierenartsen het serum niet eens krijgen. Wanneer je gebeten wordt en je hebt een antidote nodig kun je bellen met het RIVM telefoonnummer 030-274810 of het Schepersziekenhuis in Emmen tel. 0591-691911. Daar kun je onder speciale omstandigheden het tegengif voor mensen verkrijgen. Volgens de medewerkster die ik sprak krijg je voor je dieren niets. Die moeten dus maar doodgaan? Ik ben hier eigenlijk heel erg van onder de indruk, te meer daar iedereen die in de tropen geboren is of er gewoond heeft, weet waar je heen moet behandeling of men heeft het serum zelf in huis. Daar kun je in ieder ziekenhuis en iedere kliniek terecht. De redenering dat er na toediening van de antidote eventueel een allergische reactie op kan treden is een beetje ver gezocht (hier kan namelijk op getest worden) want aangezien de beet van de adder dodelijk kan zijn, lijkt het me heel gemakkelijk de voors en tegens, tegen elkaar af te wegen. En dat je voor je hond geen tegengif krijgt vind ik eigenlijk te gek voor woorden!




